Biertje in theater toch 9% Btw

The devil is in the detail. De (belasting-)wetten zijn inmiddels zo complex geworden gemaakt dat op ieder detail er weer verbindingen liggen met andere wetten en daardoor ontstaan er problemen omdat in wet A staat dat het zo moet en in wet B staat dat het niet zo moet. Juristen smullen van dat soort kwesties, rechters hebben er hun handen vol aan.

Afgelopen week kwam er weer een mooi voorbeeldje bovendrijven. Veel theaters verkopen all-inkaartjes waar niet alleen de voorstelling, maar ook de garderobe en een drankje in de pauze zit. Handig, toch? Een theatervoorstelling is belast met 9% Btw, de garderobe met 21% en als het pauzedrankje een biertje is, is dat ook 21%. Hoe dat dus te doen, qua Btw aangifte? De Belastingdienst vond dat dat biertje voor 21% mee moest tellen, een aantal theaters vonden dat niet. Samen kwamen ze er niet uit, dus volgde de gang naar de rechter. En die rechter vond dat dat biertje onderdeel uitmaakte van de totale dienst (het is, zoals wij dat noemen, een bijkomende prestatie) en dus meegaat in het tarief van de hoofddienst: een theaterbezoek, en dus 9%. Bier is hier dus 9% Btw.
Nu nog afwachten of de Hoge Raad dit ook vindt.